12-10-2015
 

Kleine bonden in de tang


Vooral FNV probeert de kleinste vakorganisaties, zoals AVV en OVB, het leven zuur te maken. Dat blijkt onder meer uit een interview met de voorman van AVV, Martin Pikaart, in het FD van 18 augustus. FD-columnist Matthijs Bouwman steekt hem een dag later flink wat veren op de hoed, onder de kop 'Betonrot'. Het roept bij mij herinneringen op aan een zaak uit 1998. De inhoud van de cao voor de SHB, de Rotterdamse arbeidspool, was nagenoeg rond toen duidelijk werd dat de twee gevestigde bonden niet wilden dat de twee niet-gevestigde bonden samen met hen formeel de cao zouden ondertekenen. Op verzoek van de or van de SHB heb ik in 1998 een rapport opgesteld. Met als conclusie dat de gevestigde bonden misbruik maakten van hun economische machtspositie. Voor de tekst van dat rapport: klik hier.
Op basis van dat rapport is in het voorjaar van 1999 een klacht bij de toenmalige NMa ingediend. Klik hier voor een artikel erover in het FD. In een schriftelijke reactie wees de NMa erop dat voor vakbonden in het kader van de Mededingingswet, van kracht vanaf 1 januari 1998, een overgangssituatie gold. Op hen was toen de Mw niet van toepassing. De klacht en de reactie van de NMa zal ik op de site zetten zodra ik ze gevonden heb.

Om er weer in te komen heb ik gezocht naar 'cao en mededinging'. Dat leverde in ieder geval "Collisie tussen CAO's en mededingingsrecht" op, het zeer informatieve proefschrift van Monica Wirtz uit 2006. De hier te downloaden versie is voorzien van mijn highlights. De originele versie is via het internet te vinden bij de Universiteit Utrecht.
Met een juridische invalshoek richt het proefschrift zich volledig op de inhoud van de afgesloten cao, en de mededingingsbeperkende werking van cao-bepalingen. Aan deze beperking herkent men een meester. Maar rond het afsluiten van een cao kan zich een flinke machtstrijd afspelen zoals tussen grote (gevestigde) en kleine (nieuwe) vakbonden. In dat proefschrift is echter genoeg materiaal te vinden om met het oog op zo'n machtstrijd in voorkomende situaties op zoek te gaan naar misbruik van een economische machtspositie (en van kartelvorming).