De zoon en de AOW

Razen en tieren deed hij meestal ’s avonds. Hortend en stotend liep hij beneden rond in z’n huis, niet alles bleef heel. Toen we hem een paar keer zo hadden gehoord en gezien, hebben we onszelf op de koffie uitgenodigd.

In de zeventig, als weduwnaar al jaren alleen, kocht hij elke dag bij de buurtwinkel een paar biertjes. En wat blikvoer en zo. Het verhaal ging dat hij een keer in de maand bezoek kreeg van z’n zoon. Die woonde niet ver weg en haalde de AOW op. De vader kon dan niet aan de drank gaan, en de zoon betaalde wat op de lat was geschreven.

Maar daar bleef het verhaal niet bij. Kwam de AOW de ouwe ten goede, de hele AOW?